topbanner1topbanner2topbanner3

5.2 - Eis 2

In de Zonnewoning worden minimaal twee vormen van duurzame energie toegepast.

» Toetsingsmethode 5.2.1

Indachtig de uitgangspunten voor het Certificaat Zonnewoning nieuwbouw wordt onder duurzame energie in het kader van deze BRL niet verstaan een systeem of techniek die alleen gebruik maakt van (hoog) efficiënte omzetting van fossiele brandstoffen. Zij vallen niet onder het Certificaat Zonnewoning nieuwbouw.


Toepassing van duurzame energievormen is niet vereist voor alle systemen of technieken die in, op of aan de woning worden toegepast.

Voor verkrijging van het certificaat dient de aanvragen minimaal twee van de onderstaande vijf vormen van duurzame energie toe te passen.

a.  Een zonneboiler of een zonneboilercombi (collectieve variant toegestaan);
b.  Een netgekoppeld fotovoltaïsch systeem (PV);
c.  Gebruik van passieve zonne-energie;
d.  Een warmtepomp met lage temperatuur verwarming (LTV) voor ruimteverwarming (collectieve variant      toegestaan); Nb. De combiwarmtepomp geldt als één systeem.
e.  Een warmtepompboiler voor warm tapwater (collectieve variant toegestaan).

Compensatiemogelijkheid vormen van duurzame energie (stadsverwarming)
Indien er gebruik wordt gemaakt van stadsverwarming op basis van restwarmte (geen biomassa), dan vervalt de eis voor het toepassing van twee vormen van duurzame energie. In plaats daarvan komt de eis dat de toe te passen DE-optie is: PV van minimaal 750 Wp (2 X 350 Wp + ca. 5%) dient te bedragen. Dit komt overeen met 6,25m2 multikristallijn PV (120 Wp /m2).

Aan de vijf mogelijkheden worden de volgende nadere eisen gesteld:

Ad a
Een zonneboiler voor de bereiding van warm tapwater of een zonneboilercombi voor de bereiding van warm tapwater en ruimteverwarming heeft een DST (1)-opbrengst van minimaal 3 GJ. Een collectieve zonneboiler heeft een dusdanige omvang dat de dekkingsgraad(2) groter of gelijk is dan 35%

  1. Dynamische Systeem Test.
  2. De dekkingsgraad is het deel van de opvallende zonnestraling dat voor verwarming van het tapwater wordt benut. De energiebehoefte voor warm water is afhankelijk van het gemiddeld aantal bewoners.

Ad b
Een fotovoltaïsch systeem (PV) is netgekoppeld en heeft een vermogen van minimaal 350 Watt-piek (WP).

Voor deze vormen van actieve zonne-energiemaatregelen (a en b) geldt tevens de eis van een beschaduwingsreductiefactor van 0,85 ten opzichte van de optimale oriëntatie en helling (a en b).

Ad c
De bruto warmtevraag van de woning wordt voor tenminste 33% gedekt door passieve zonne-energie (PZE). Aan de eisen gesteld aan de zonne-energie kan ook voldaan worden via de daglicht eis.

Ad d
Een warmtepomp (gas of elektrisch) verzorgt de volledige ruimteverwarming middels een laag temperatuursysteem (vergrote radiatoren, wand- of vloerverwarming, luchtverwarming). Voor het Inspectiecertificaat Zonnewoning mag een warmtepomp c.q. warmtepompboiler op blok- of wijkniveau voor ruimteverwarming worden toegepast. De bijstook voor het opvangen van de piekvraag middels fossiele brandstof bedraagt maximaal 20% van de totale bruto-warmte­behoefte voor ruimte­verwarming.

Toelichting op a en b
De beschaduwingsreductiefactor en daarmee de werkelijke jaarlijkse instraling voor actieve zonne-energie is gekoppeld aan een combinatie van oriëntatie en helling van de zonnecollector. De jaarlijkse instraling is een indicatie voor de systeemopbrengst.

Toelichting op a en d
Vanwege overlappende functies mogen de zonneboiler en de warmtepompboiler op ventilatielucht niet worden gecombineerd. Eveneens geldt dit voor de zonneboilercombi en de warmtepomp. Niet genoemd als eis voor de Zonnewoning maar een goede maatregel uit oogpunt van energiebesparing is gebalanceerde ventilatie met warmte terugwinning.
Indien is gekozen voor een warmtepompboiler op ventilatielucht als duurzame energiemaatregel kan niet ook gebalanceerde ventilatie met warmte terugwinning worden toegepast. Het is immers niet mogelijk om de warmte in de afgezogen ventilatielucht tweemaal terug te winnen. Een warmtepomp­boiler heeft minder zin wanneer zogeheten overventilatie moet worden toegepast. Dit is het geval bij woningen met een klein vloeroppervlak.

Collectieve systemen hebben een langere levensduur dan de gemiddelde woonduur van de afzonder­lijke bewoners van de woningen. In geval van een collectief systeem dient de situatie voorkomen te worden dat het onderhoud niet structureel is geregeld gedurende de levensduur van het collectieve systeem.

Dit leidt tot de volgende specifieke eisen voor collectieve systemen:

  • Het collectieve systeem heeft een unieke relatie met de woningen waarvoor het certificaat wordt aangevraagd.
  • In situaties waar verschillende eigenaars collectieve verantwoordelijkheid dragen voor een gemeen­schappelijke voorziening dient het beheer en onderhoud van die collectieve voorziening geborgd te zijn.

Toelichting op a
Uit nauwkeurige berekeningen blijkt dat tussen een dekkingsgraad van 30% en 40% toepassing van collectieve zonneboilers economisch optimaal is. Om de vereiste dekkingsgraad te halen zijn naast het collectoroppervlak ook andere zaken van belang zoals de capaciteit van de opslag. De opslag vangt het verschil op tussen het aanbod van zonne-energie en de vraag naar warm water. Een vuist­regel voor de opslagcapaciteit van een collectieve zonneboiler is minimaal 30 liter per vierkante meter collector.

Toelichting op d
De opslagcapaciteit van een warmtepompboiler moet zijn geoptimaliseerd op de omvang van het huishouden om zowel stilstandverliezen (te grote opslagcapaciteit) als verliezen door bijstook met een elektrisch element (te kleine opslagcapaciteit) te beperken. Het inschakelen van het bijstook-element hangt enerzijds af van de vraag naar warm tapwater en anderzijds van het aanbod aan warmte uit ventilatielucht. Door meer te ventileren dan nodig is kan het aanbod aan warmte worden vergroot (overventilatie). Aan overventilatie is een maximum gebonden van 25%. De benodigde hoe­veelheid ventilatielucht voor de warmtepompboiler volgens de specificaties van de fabrikant mag dus niet meer dan 25% groter zijn dan benodigd volgens NEN 5128.

 

 

footer

  Home  
  Wat is een zonnewoning?  
  Stappenplan  
  Motivatie  
  Meer info  
  Nieuws  
  Disclaimer  
  Wat is een zonnewoning?  
  Programma van Eisen (PvE)  
  Wat vinden bewoners?  
  Voorbeeldprojecten  
  Voorwoord  
  Hoofdeis 5.1  
  Hoofdeis 5.2  
  Hoofdeis 5.3  
  Hoofdeis 5.4  
  Hoofdeis 5.5  
  Hoofdeis 5.6  
  Hoofdeis 5.7  
  In 4 stappen naar de Zonnewoning  
  Procedures  
  Formele Aanvraag  
  Inspectieprocedure 1  
  Inspectieprocedure 2  
  Certificaat etc.  
  Waarom een Zonnewoning?  
  Stel een vraag  
  Betrokkenen  
  Literatuurlijst  
  Downloads